onderwerpen

archief

Druk op zee..

Ons uitzicht over de oceaan is, iedereen weet het intussen wel – imposant. Maar om nou te zeggen dat er veel gebeurt op zee, bij ons ´voor de deur´zou wat overdreven zijn. De belangrijkste scheepvaartroutes lopen langs de oostkant van het eiland, niet langs onze zuidwestkant. Maar eergisteren lag er opeens een groot schip in ons blikveld. We vroegen ons natuurlijk meteen af wat er aan de hand was. Even voor anker om te wachten op lading of op een vrije plaats in de industriehaven? Dan was hij toch wel ver weg gaan ankeren want die is aan de andere kant van het eiland. Of is het een aangehouden drugsschip? Gisteren zagen we een paar sleepboten om het schip heendraaien, het lag er nog altijd. En vandaag nog steeds.

We kunnen onze nieuwsgierigheid niet langer inhouden en rijden naar beneden, naar Paúl do Mar, want het lijkt of de sleepboten daar af en toe de haven, die we van hier net niet kunnen zien,  ingaan. Als altijd wandelen we graag even door Paúl, maar de lokalen staan helemaal niet breed gesticulerend over het schip te praten. We drinken een glas aan de haven en tenslotte, bij het weggaan, vraag ik toch nog maar even aan de barjuffrouw of ze weet wat er met het schip aan de hand is. ´Avariado´, zegt ze. Mooi he, dat Portugese woord wordt voor alle kapotte zaken gebruikt, maar hier is het overduidelijk. Averij.

Tevreden rijden we weer naar huis, waar het overigens weer goed toeven is. Ondanks de frisse wind zijn er altijd wel plaatsen uit-de-wind-in-de-zon te vinden waar je het met een boekje prima kunt uithouden.

vuur en water

Gisteravond, toen ik ‘plichtsgetrouw’ de vaatwasser aan het inruimen was, rook het in de keuken naar houtvuur. Dat zou kunnen, we verwarmen ons huis met een fantastische Deense houtkachel die dubbelt als open haard. Maar die ruik je in de keuken nooit. Gewoontegetrouw loop ik even naar buiten om naar de sterrenhemel te kijken. En daar klopt iets niet. De hemel is op twee plekken rood gekleurd, de houtvuurgeur is sterker dan binnen en het knappen van een vrolijk vuur is harder dan me lief is. Er blijken binnen ons gezichtsveld twee bos- of bermbranden te woeden. Eentje op dezelfde plaats die ik al in een eerder verhaaltje meldde, de tweede nu toch wel te dicht bij om nog leuk te zijn. Ik heb meteen 112 gebeld, hetzelde alarmnummer als in Nederland. Toen ik meldde wat ik zag, werd me gezegd dat de brandweer al ter plaatse was. Vonken vlogen over het huis, want de wind, die stevig was, stond recht onze kant op. Er landden gloeiende deeltjes op de grond van onze buren, benedenwinds van ons. Het leek me slim om de linnen kap van onze auto nat te maken en te houden, want een vonk is al snel een gat.

Omdat het vuur niet minder werd, en eerder onze kant op leek te kruipen, loop ik naar boven onze steeg uit. Halverwege staan twee brandweermannen om de boel te beoordelen. We praten wat, en het lijkt de belangrijkste van de twee dat het vuur wel niet hier zal komen. Maar hij constateert wel – tot mijn opluchting – dat in geval van nood de brandweerauto hier gewoon kan komen.

Na een uur of twee lijken beide branden geblust, hoewel die aan de overkant van het dal nog wat kleine vuurhaardjes liet zien. Om half een ‘s nachts kunnen we met een redelijk gerust hart naar bed.

Vanmorgen zijn we maar eens gaan kijken. De meest bedreigende brand was toch iets verder weg dan we van beneden af dachten. We zien een kaalgebrand terrein, vooral varens en gaspeldoorn zijn de slachtoffers geworden. Waar gisteren nog varens en gaspeldoorn stond zien we nu alleen nog as en stof. Maar niets waar de natuur niet snel een sluier over trekt. Aan de overkant van het dal zijn het alleen de dode varens die afgebrand zijn. Het lijkt of de aarde zelf verbrand is. Ook hier zal het weer snel goedkomen. De stammen van de dennen zijn wel geblakerd, maar ze zullen het waarschijnlijk wel overleven.  De schade aan de natuur valt mee. Ze zal er zelf wel raad mee weten en tegen de zomer zal er niet veel meer van de branden te zien zijn.

   

 

Als we aan het eind van de dag nog een glaasje drinken op ons terras, is het niet meer het verbrande bos, maar de horizon met zijn wolkenbank die de aandacht trekt. Water dus vooral. De zon is bijna onder en de oceaan ligt te glimmen. Zo weids, deze oceaan, dat je op de foto de kromming in de horizon kunt zien.

  

 

De rust is weergekeerd…

 

Wandelen op Madeira met M&M

M&M. Marcel en Marijke. Allebei ervaren wandelaars op Madeira. Marcel is intussen gediplomeerd en dus erkend wandelgids op het eiland, en Marijke is van nature een berggeit als het op wandelen aankomt. Gelukkig zijn het ook goede vrienden, met wie we graag optrekken. En wandelen! We hadden een paar wandelingen op de verlanglijst staan, waarvan er eentje al vier jaar hoog op Noud zijn lijst stond: van Jardim da Serra naar Encumeada. Sinds het bezoek van onze zeilvrienden Vivian en Bram aan Noud op het eiland  in september 2008, in de fase dat de renovatie en aanbouw van het huis maar niet wilde vlotten, vertelde hij vaak over de prachtige foto’s die ze van die wandeling hebben gemaakt destijds. Jammer genoeg was de route sinds 20 februari 2010 gesloten, omdat er door aardverschuivingen delen niet meer begaanbaar waren. Maar Marcel wist van een collega-gids dat de route intussen weer open was. Het is wel een route die je niet met slecht weer moet doen, omdat het dan glibberig en daarmee onveilig kan zijn, en in elk geval koud en zonder de vergezichten vanwege de wolken.

Gisteren was het zover. Het weer is al enige tijd uitzonderlijk mooi voor de winter. We spreken om tien uur af bij Marcel en Marijke, en rijden dan meteen weg om eerst onze auto naar Encumeada te brengen, en vandaar in de auto van Marcel en Marijke naar Jardim da Serra. Na een korte koffiestop in Jardim da Serra bereiken we het uitzichtpunt Boca da Corrida, waar de route begint,  zo rond elven. Na een eerste flinke klim hebben we een prachtig zicht op het omsloten dal Curral das Freiras. We maken een aantal foto’s die we later tot een panorama kunnen samenvoegen. Dan gaat het pad verder om vervolgens op een smalle pas ook uitzicht te geven naar het westen, naar de bergen die de westelijke helft van het eiland begrenzen. Het ene vergezicht is nog adembenemender dan het andere. Na verloop van tijd lopen we onder langs een steile klif, waar het duidelijk wordt waarom de route zo lang was afgesloten. Er zijn verschillende aardverschuivingen zichtbaar, die kunstig en met denkelijk een enorme inspanning van dappere mannen zijn gerepareerd. Zulke plekken herinneren ons eraan dat dergelijke wandelingen niet ondoordacht gemaakt moeten worden. Goede voorbereiding en adequate uitrusting zijn wel nodig. Je moet voorbereid zijn op plotselinge weersveranderingen die een pad in korte tijd onbegaanbaar kan maken en die de temperatuur kunnen doen kelderen. Maar voorlopig hebben we het gewenste weer. Het prachtige licht van Madeira onderstreept de oneindige schoonheid van deze prachtige plek op aarde. We zijn het erover eens dat we een slechtere plek hadden kunnen uitzoeken. Na een paar uur komen we weer in wat lagere regionen met meer begroeiing en stroompjes. Uiteindelijk bereiken we het eindpunt waar onze auto staat. We kijken terug op een schitterende wandeling en sluiten de dag af in Campanario met een verrukkelijke gemengde Espetada in leuk gezelschap.

     

  

We spreken, zolang het mooie weer aanhoudt, meteen af voor vandaag, om een bijzondere wandeling te ondernemen boven op de hoogvlakte, Paúl da Serra. Als we naar boven rijden komen we uiteindelijk toch in de mist, de wolken eigenlijk, die een verandering van het weer aankondingen. Tijdens de koffie op het terras van het kroegje bij het hotel ‘Jungle Rain’, de hemel mag weten waarom het zo heet want een jungle is hier niet, gaan we, nog altijd met wat zon, op pad. We lopen eerst een stuk Levada do Paúl, net aan de zuidkant van de hoogvlakte, steken dan over naar de Levada do Alecrim, die aan de noordkant ligt. De wolken vliegen ons letterlijk om de oren, maar gelukkig loopt de levada beschut tussen de boomheide, heideplanten die manshoog zijn. Dan begint het te motregenen, een gestage miezer waarvan we uiteindelijk drijfnat worden. Jammer, maar de schoonheid van de wandeling is er niet minder om. We maken minder foto’s, omdat door de wolken, waar we in lopen, het uitzicht belemmeren, maar er zijn toch een paar erg mooie plekken. We komen op een paar plaatsen die, misschien nog weel extra door de motregen die een sluier over het land legt, een haast mystieke uitstraling krijgen. We nemen ons vast voor om bij helder weer deze wandeling over te doen. Vanaf de Levada do Alecrim klimmen we eens stukje en komen uit bij de Ribeira do Lajeado, eigenlijk ook een door mensenhanden aangelegde levada, maar eentje die er veel natuurlijker uitziet. Prachtig, in een woord.

    

We sluiten de wandeling af met een drankje in Loreto, een stuk lager weer, om daar lekker in de zon te kunnen opdrogen en opwarmen. We zijn dik tevreden over de dag en over de wandeling. De regen is op zo’n zonverwarmd terras weer snel vergeten. We nemen afscheid van Marcel en Marijke, maar niet voordat we een principe-afspraak hebben gemaakt voor een volgende wandeling. Madeira…. Als we in stralende zon naar huis rijden zien we de wolken nog boven de bergen hangen. Een regenboog siert het eiland. Hier was het allemaal om begonnen.

 

Kijk tenslotte naar de diapresentatie hieronder, waar alle foto’s zijn opgenomen die we hebben gemaakt tijdens de wandeling van zaterdag in het hooggebergte.

Leste

Nee, geen Brabants voor ‘de laatste’. Het is Portugees voor oost, in dit geval oostenwind. Als de ‘Leste’ waait op Madeira, dan wordt er warme lucht uit de Sahara aangevoerd, meestal met medeneming van de nodige hoeveelheid stof. Voordeel is, vooral in de winter, dat het heerlijk warm is. Vandaag puffend in de tuin met de pasasol om onder te zitten. De Leste duurt meestal maar een paar dagen, we zitten nu in de derde dag. Vaak – maar gelukkig niet altijd – wordt een paar dagen Leste in de winter afgestraft met een lading regen. Die kan het eiland inmiddels wel gebruiken, het is nog steeds uitzonderlijk mooi en droog weer.

Gistermorgen hebben we Reina naar de luchthaven gebracht. We waren zondag nog naar Santo da Serra geweest, naar de gebruikelijke zondagsmarkt. Door allerlei feestdagen hadden we daar met Reina deze keer nog niet heen kunnen gaan. We doen de nodige inkopen, wij groenten en fruit, Reina vindt haar gastenhanddoekjes, die ze vorig jaar juni van haar zus Anneke had gekregen, die had ze hier gekocht, maar ze wilde er nog een paar en die hadden we nog niet gevonden. Dus ook weer geregeld.

Aansluitend natuurlijk koffie en roken op straat voor de rokers, en dan even lachen bij de vermakelijke kerststallen. Een van de wijzen loenst wel erg boven zijn kistje, dat hij kennelijk expres een beetje open heeft staan om zijn rijkdommen te tonen. We hebben ons verplichte rondje door het dorpspark van Santo da Serra maar weer gelopen, ditmaal met de Camelia’s die al aardig in bloei staan.

    

 

Vervolgens brengen we een bezoek aan Santa Cruz, dat vlak bij de luchthaven ligt maar verrassend leuk blijkt te zijn. En de vliegtuigen, ach je kunt ze horen, maar het zijn er niet zo heel veel per dag. De ‘Ribeira’ die bij Santa Cruz in zee uitmondt heeft, net als op sommige plekken in Funchal, een ‘dak’ van bloemen. Het is een kleurig gezicht en het moet, met Reina natuurlijk, op de plaat…

 

Maandag hebben we vooral geklungeld, onderbroken door een wandeling naar de bakkerij, twintig minuten enkele reis.  Maar dinsdag was een prachtige dag, vooral ‘s middags, zodat we naar O Portinho gingen om een glas te drinken in de late middagzon. Op weg erheen houdt Reina zich bezig met haar ‘core business’, het in de container gooien van het afval. Tenslotte een afsluitend glas wijn tijdens zonsondergang op het terras van O Precipicio, vlak bij huis, en dat was dan de laatste dag van Reina op Madeira, voorlopig.

  

Het is zo uitzonderlijk warm en droog, dat het een goede gelegenheid is om het linnen vloerkleed, jawel, ontwerp Benno Premsela en Diek Zweegman, schoon te maken. Het droogt over de balustrade van de parkeerplaats binnen een dag. En dat heet hier winter… We krijgen nog een bezoekje van Ditty en Jan, die regelmatig een van de huisjes van Marcel en Marijke huren.  De dag wordt besloten met een warme avond, uitzonderlijk voor de winter. Het is Leste. En jullie zijn weer ‘bijgepraat’. Oja. Nog een ding,. We zijn een adres kwijt. Onze ‘buurman’ op de werf waar Heerenleed de winter doorbrengt heeft ons een papiertje gegeven met adres, telefoonnummer en e-mail. Toen wij in oktober naar Madeira vertrokken hebben we bij onze tussenstop in Bergen op Zoom onze bagage moeten overpakken wegens te veel gewicht. Vanaf dat moment zijn we dat papier dus kwijt. We hebben hier overal gezocht, want je knt nooit weten, en Martin heeft in zijn huis, waar we hebben overgepakt, ook gezocht, niets dus. Mochten Arjen of Margaretha dit lezen, stuur gauw een mail, want we hebben jullie kaart met Kerst keurig op tijd gekregen en wilden graag iets terugsturen, maar dat gaat dus niet… En tenslotte aan het adres van mijn tante Greetje: heel handig, de smoes met het postadres. Je prachtige kaart – je kunt het nog hoor – kwam keurig op tijd!

licht en donker

Een titel die voor allerlei dingen kan worden gebruikt. Dat doen we dan ook maar. De afgelopen weken kenmerkten zich door ten eerste licht: uitzonderlijk mooi weer voor de winter. Sinds 20 december hebben we alle dagen, zonder uitzondering, ontbeten op ons terras. Dat het winter was merkte je dan meestal zo rond de middag, als het vaak wat betrok, maar heet bleef droog. Laat in de middag kroop de zon dan nog weer vaak onder de bewolking uit voor het nuttigen van een uitnodigende ‘sundowner’ op ons terras of ergens anders.

Van een paar uitstapjes in de afgelopen tijd willen we nog wel wat kwijt. Een bijzondere ‘attractie’ op het eiland zijn de ‘Grutas’, de lavagrotten bij São Vicente. Ze zijn ontstaan doordat lavastromen van de erupties die Madeira deden ontstaan, aan de buitenkant stolden door afkoeling, en dan vervolgens van binnen, waar de lava nog vloeibaar was, leegliepen. Die tunnels zijn laat in de negentiende eeuw ontdekt en een bezoek geeft een heel goed beeld van de ontstaansgeschiedenis van de Madeira Archipel.  De grotten zijn met een amateurcamera’tje natuurlijk niet makkelijk te fotograferen (donker dus) , maar ik heb mijn best gedaan. Voor betere plaatjes kun je de  link naar de site van de grotten en het vulkanisch informatiecentrum volgen. We hebben de grotten twee maal bezocht, eenmaal in het gezelschap van Peter en Eveline, en eenmaal met Reina.

   

Tot zover het donker. Nog meer licht hadden we in vele vormen. De kerstboom, een nepper althans, die onze woonkamer sierde; de zon, die heel vaak haar best deed; de lichtjes in Funchal en het nieuwjaarsvuurwerk waar ik al over schreef.

Verder stond er natuurlijk weer een rit over de hoogvlakte Paúl da Serra op het programma. We vertrokken van huis bij stralend weer, want dat is een voorwaarde om een mooi zicht te hebben als je ‘boven’ bent, maar gaandeweg betrok het, en de laatste kilometers naar boven reden we door de mist. Maar ineens was daar weer het licht: de zon, voor een verrukkelijk uitzicht boven op het wolkendek, en de strakblauwe hemel er boven. We hebben een glas gedronken op een van de twee terrasjes boven op het eiland, en hebben daarna een – voor ons – nieuwe route naar beneden gereden, naar de noordwestkant van het eiland. Tenslotte nog even door Porto Moniz gewandeld en even een glas gedronken en verrukkelijke ‘Lulas’, pijlinktvisringen, gegeten op het terras waar onze jonge vrienden Jeffrey en Rita nu werken. Het weer lijkt nu wel zomer, we maken een klein filmpje van de soms wilde oceaan op deze noordwestelijke kaap van het eiland, die nu kalm is als een slapend dier. Zelfs de lokale visser lijkt zich alleen maar druk te maken over de net iets te veel toeristen die zijn rust verstoren…

 

Ook vermeldenswaard was de wandeling in het gezelschap van Marcel en Marijke met Marijke’s zus en haar vriend, langs de Levada Nova, maar dan een deel dat niet vlak bij ons huis ligt en dat we nog niet kenden. De wandeling bracht ons naar het bovenste deel van het dal van Tabua, waar midden in de Madeirense winter de kleuren die van vroeg in de herfst zijn. Prachtig weer zorgde ook hier weer voor het ietwat mystieke  licht dat je op dit eiland zo vaak hebt. Na een schitterende wandeling met pauze boven in het dal gaan we terug naar de auto’s en nemen tot besluit een afzakker in de beroemde Taberna da Poncha. Reina drinkt Madeira.

  

De Kerstperiode sluiten we af met alweer een haast zomerse dag. We gaan niet ver weg, even naar Ponta do Pargo, kijken naar de vorderingen op de toekomstige golfbaan en iets drinken in het ‘casa de cha’, het theehuis, vlak bij de vuurtoren. Dan nog even voor een klein boodschapje naar de minimercado van Paul do Mar, even een (helaas vies) glas wijn onder de ficus waar we getuige zijn van een nogal vermakelijke burenruzie tussen twee ‘dames’ die ongetwijfeld met zo’n stemgeluid heel goed vis kunnen verkopen. Tenslotte een echte ‘sundowner’ op het terras van ‘O Precipicio’ waar de laatste Kerstzon op Driekoningen onze botten verwarmt. ‘s Avonds komen Jeffrey en Rita gezellig eten. Tijdens een rookpauze van de rokers in het gezelschap spotten we een brandje. Ze waren aan de overkant van ‘ons’ dal al een paar dagen met veel lawaai aan het houtzagen geweest, en we hadden al wat vuren door de bomen heen gezien, maar kennelijk is er een vuur niet goed gedoofd en een berm- en bosbrand kondigt zich aan. Licht, ditmaal in het donker…Rita belt met 112, maar blijkt gelukkig al nummer vijf in de rij te zijn. Een uurtje later is alles gedoofd, maar de volgende ochtend hangt er in de hoek van het dal nog een sluier van rook.

 

Als na alle lichte dagen 7 januari zich grijs aandient vindt Reina het welletjes. De kerstboom moet eraan geloven. Klaar met de kerstversieringen. We gaan weer terug naar ‘normaal’. Na een ontbijt dat we ondanks de grijze lucht toch buiten nuttigen wordt door Reina en Noud de kerstboom afgetuigd en ingevouwen, in de zak gestopt om op zolder het volgend jaar af te wachten…

Tenslotten wordt het zilver gepoetst, het glaswerk schoongemaakt, de vloer gedweild kortom, alles in de normale staat teruggebracht. Nu pas willen we vermelden dat we ‘Toos” opgehangen hebben, de ets die Noud in Augustus van onze lieve vriendin Toos heeft gekregen. ‘Toos’ hangt al een week of wat, maar omdat ze voor een deel achter de kerstboom schuil ging wilden we dat nog niet vermelden. Nu komt zo eindelijk tot haar recht. Op de enige nog vrije wand bij klok en haard. Kerst is voorbij, 2012 kan nu beginnen.

 

 

 

Feliz Ano Novo da Madeira

Een Gelukkig Nieuwjaar vanaf Madeira.

We hebben gisteravond onze traditie voortgezet. Rond vijf uur zijn we vertrokken naar Funchal. Daar eerst een wandeling door het centrum gemaakt om de feestverlichting te bekijken. Het was iets soberder dan afgelopen jaren, maar het is toch altijd een heerlijk gezicht. Funchal is gewoon een prettige stad, en tijdens de einde-jaars-tijd blijft dat zo. Tenslotte zijn we naar een hooggelegen deel van de stad gereden om daar eerst te eten, en vervolgens het traditionele vuurwerk te bekijken. Dat was ook dit jaar weer heel spectaculair. De nodige bezuinigingen zijn ook aan het vuurwerk niet voorbijgegaan: de traditionele 12 minuten, de maximum tijd voordat de rook van het vuurwerk het zicht erop teveel belemmert, waren ingekort tot 8 minuten. Dat gaf niks. Liever korter maar mooier dan langer en meer van hetzelfde. Maar oordeel vooral zelf, voorzover de registratie van de RTP Madeira zoveel schoonheid recht kan doen…

In elk geval nogmaals, voor wie we het nog niet gezegd of geschreven hadden: Een heel gelukkig nieuwjaar gewenst vanaf Madeira

 

 

Oogst

Vandaag was het oogstdag. Niet vrijwillig overigens. De tros bananen, die we in juni al als kleine vruchtbeginsels zagen, hadden we willen laten hangen aan de – nu vrijwel dode – plant. Want Reina komt dinsdag, en we hadden willen wachten tot dan om de tros eraf te halen en dan de plant af te snijden. De nieuwe plant staat er al, bananen maken ‘kinderen’ en als een plant eenmaal gedragen heeft sterft ze af. Vanmorgen waren er in ons dal kennelijk nogal wat temperatuurverschillen na zonsopkomst, en dat merk je dan aan ongewoon harde windvlagen, die na een half uurtje wel voorbij zijn. Een van de windvlagen heeft de bananentros dermate bewogen, dat de ondersteuning er onderuit is gevallen. Tros lag op de grond, maar Noud heeft hem gauw gered. Nu hopen dat de bananen nog lekker zijn als Reina er is. We hebben de tros – met en zonder Noud – vereeuwigd, want het kon de laatste uit onze tuin wel zijn. Op deze hoogte (ca. 550 meter) dragen bananen in de regel niet, zegt men.

Een andere, bijzondere, vrucht hebben we een keertje gekocht op een zondagsmarkt. Een boerinnetje liet hem ons proeven. De smaak had wat weg van ananas, maar ook van banaan. Toen we haar vroegen hoe de vrucht heet zei ze: banananas. Dat werkte nogal op onze lachspieren. Inmiddels weten we van welke plant de vrucht komt: de plant die in Nederland Gatenplant heet en alleen in de huiskamer groeit. We hebben er nu ook in in het ‘droge’ gedeelte van onze tuin, waar niet wordt watergegeven in de zomer. Hij is hier inheems, dus dat moet kunnen. De vrucht ligt op tafel verder te rijpen, en hij begint open te gaan waarna de honingraatvormige stukjes vruchtvlees zichtbaar worden.

   

trapje op?

Nee. Het werd Trapje Af. En we kunnen beter zeggen TRAPPEN af. Zoals ik al beloofd had schrijf ik wat achterstallige verhaaltjes, omdat we onze vrienden Peter en Eveline een weekje te gast hadden, en met hen wat leuke dingen hebben gedaan die het vermelden waard zijn. Een van de dingen was het lopen van een behoorlijk spectaculair pad, dat van Prazeres naar Paúl do Mar loopt. Het leuke van logees hebben is dat we dan plots de beschikking over twee auto’s hebben. zo kun je ineens een leuke route enkele reis wandelen, als je aan het eind van de wandeling eerst een auto neerzet. Zo gezegd zo gedaan: Eerst een auto in Paúl do Mar aan de haven gezet, en toen met de andere auto naar boven gereden, naar Prazeres. Nadat we eerst op de ‘Miradouro’ van het schitterende uitzicht over zee hebben genoten zijn we welgemoed aan de afdaling begonnen. Voetje voor voetje. Het pad slingert zich de hellingen af en biedt prachtige doorkijkjes, komt langs spectaculaire uitgeslepen waterlopen, poelen en stroompjes en is vooral heel erg steil. Er is op Madeira-wijze op veel plaatsen een soort trap van gemaakt, niet geschikt voor de minder stevig in hun schoenen staande medemens.

Aan het einde wachtte de beroemde ficusboom met het bijbehorende terras, waar de mannen met veel misbaar domino spelen, en de wijn lekker en goedkoop is. Aansluitend nog maar even naar O Precipicio voor een spectaculaire zonsondergang op onvervalst Madeirense wijze… Geniet maar van de foto’s…

          

Voor de volledigheid: als je geen twee auto’s hebt kun je beneden bij de ficus altijd een taxi krijgen, ze staan bij mooi weeer al klaar om mensen weer naar het uitgangspunt, de parkeerplaats van het hotel Jardim Atlântico in Prazeres te rijden. Ze kennen hier hun pappenheimers!

 

 

boompje groot?

Plantertje dood. Zo heet dat in het Nederlands. Aan de geldigheid van dat spreekwoord hier op Madeira hebben we toch wel wat twijfels. Verleden jaar om deze tijd waren we in Lissabon. Een van de vele hoogtepunten van die stad is de Jardim Botânico. Noud heeft daar toen een margrietenboom ontdekt. Die wilde hij meteen hebben voor onze tuin. Er stond een zaailing onder die we vakkundig geroofd hebben toen. In een oude plastic waterfles van 5 liter met wat scharrige grond, die we van een rommelig hoekje vlak bij ons appartement hebben gehaald, hebben we gepoogd hem in leven te houden. Met uiteraard een hoop andere stekken, waaronder die van de valse peperboom, die het helaas niet hebben overleefd. Maar de zaailing van de margrietenboom stond er nog goed bij toen we later in december weer landden op ons eiland. In een potje gezet, en angstvallig bewaakt. Totdat we een week ons huis uit moesten tussen Kerst en Nieuwjaar. Toen hadden we onze margrietenboom-in-wording achter ons  huis gezet in een overpot. Na een week kwamen we weer thuis en vonden die overpot tot aan de rand toe vol met water. Toch stond de zaailing er nog goed bij. Totdat we het water hadden weggegooid. Hij stortte in, verloor zijn kleine blaadjes en was op sterven na dood. Zoals dat hier gaat zet je zo’n patient hier dan gewoon in de tuin, met de opdracht: ‘vergeten’. Wie weet wat het prachtige klimaat en de -hoewel keiharde- vruchtbare grond er nog voor kan doen.

toen we dit jaar eind oktober terugkwamen stond onze sneue zaailing meer dan manshoog en had hij al bloemknopjes. We hebben nog even gewacht, maar afgelopen week was het tijd voor een foto. We zetten er twee neer. De moederboom en het kind. Allebei met Noud eronder/ernaast.

 

Sinds deze foto is gemaakt hebben we weer een supergezellige week met prachtig weer gehad met onze lieve vrienden Peter en Eveline. We hebben heel wat gezien, ook weer veel nieuwe dingen, maar daaraan zullen we een apart verhaal met weer nieuwe foto’s aan wijden binnenkort…

 

 

 

 

 

Na regen…..

komt zonneschijn, zult u wel allen in koor zeggen. Dat is ook zo. Maar de regendag van vandaag geeft eindelijk eens even de tijd om de (door velen) langverwachte nieuwe blogpost te schrijven. Sinds onze vorige bericht hebben we – jawel, op onze oude dag – weer een nieuw ‘leermoment’ gehad. Jawel!. We hebben onze eerste Bed&Breakfast-gast gehad. Natuurlijk snapt iedereen dat het hebben van een ‘vreemde’ in je huis enige aanpassing vereist. Nou heeft onze gastenkamer een eigen opgang, een zithoek, een eigen terras en balkon en natuurlijk een eigen badkamer met toilet, dus onze privacy bleef in een redelijke mate gehandhaafd.  En natuurlijk ook eigen koffie en thee, zodat de gast eerst ‘s morgens op haar gemak in haar kamer – of liever, meestal op haar ‘eigen’ balkon met haar eigen koffie wakker kon worden. Dat deed ze dan ook. Al spoedig bleek dat ze rond de klok van tien naar beneden kwam voor het ontbijt.  Het leek ons niet zo praktisch om met het ontbijt te gaan slepen, dus we serveerden dat op het terras (om tien uur is het bij mooi weer ook in november meer dan warm genoeg) of, bij minder weer in de woonkamer. Zelf ontbeten we dan niet mee. Het is niet handig om een uitgebreid ontbijt met alle Engelse grappen en grollen te serveren terwijl je zelf ook nog wilt eten. Na het ontbijt ging ze dan weer naar boven, op haar gemak douchen en aankleden, soms deed ze nog even haar mail – ze had ondanks de dikke muren meestal internetontvangst op haar kamer – en ging dan zo rond half een op tour. In die tussentijd hadden wij  dan tijd gehad om te ontbijten en de keuken weer op te ruimen. Als ze weg was schoten we in onze rol van ‘kamermeisje’. bed luchten en weer opdekken, vloer vegen en dweilen, badkamer alle glas zemen, sanitair schoon, schone handdoeken, afvalemmertje leeg, toiletpapier controleren en zonodig aanvullen, vuile vaat naar beneden als ze die zelf al niet had meegebracht, kortom, een drie kwartier later was alles gedaan, op ons dooie gemak, dat wel, en konden we onze eigen dingen gaan doen.

  

‘s Avonds kwam ze meestal zo tussen negen en tien thuis als ze ergens bleef eten, maar ze had al snel ontdekt dat het toch wel gezelliger is om niet alleen te eten. Daar hebben we onze dinerservice dan weer voor. Kost een beetje, groot plezier. De eerste week at ze af en toe nog wel eens buiten de deur, de laatste week had ze daar gewoon geen zin meer in, en dat zei ze ook. Ze kwam dan zo tegen zevenen, half acht, weer thuis, en om een uur of acht hadden we dan het eten op tafel. Ze vond het natuurlijk leuk om haar verhaal dan kwijt te kunnen, want ze had natuurlijk van alles gezien. Het koken zelf was niet zo spannend. We kunnen het allebei goed, en ze vond dan ook dat het eten vaak beter was dan buiten de deur, en in elk geval ook nog goedkoper. We zullen er ook niet rijk van worden, maar het helpt in de huishoudportemonnee.

Nu ze weer vertrokken is hebben we weer meer tijd om de nog liggende karweitjes in en om het huis uit te voeren. Een van de dingen die we al wel gedaan, maar nog niet gemeld hadden, is het aanbrengen van de tegeltableaus. Jawel, Reina en Anneke, jullie geschenken sieren nu het huis, en het ziet er fantastisch uit. Het huis is nu pas echt ‘uma casa portuguesa’. We hebben, na wat denkwerk, besloten om niet met tegellijm of met cement te werken. Daarvan weten we niet zeker of dat houdt op muurverf. Montagekit was de oplossing. Een klein maar zwaar reliefje dat van mijn vader was, een alchemist die gevaarlijke dingen doet in zijn lab, zit daar al een paar jaar muurvast mee aan een van de buitenmuren. Toch nog maar even aan gaan hangen, om zeker te zijn, en toen de tableaus gemonteerd. Daarna tijdelijk een steunplank tegen de muur gestempeld, om zeker te zijn van een goede hechting.   Een apart hoogtepuntje was het geschenk dat we van Renee en Piet kregen: een mozaiek dat door Renee zelf is vervaardigd. Het siert nu de muur bij het zijterras, naast de keuken, dat we het meest gebruiken.

   

Intussen doen we ook wat leuke dingen. We gaan een keertje naar Porto Moniz, even onze vrienden Jeffrey en Rita begroeten, en we maken een paar foto’s van de onstuimige oceaan, want het waait hard. Aansluitend rijden we door naar Boaventura, waar we gaan eten met Maja en Bruno, die met hun dochter en een vriendinnetje een weekje op Madeira zijn.

  

Tenslotte zijn we begonnen met het opleuken van de parkeerplaats en het boventerras bij de gastenkamer. We hebben de grijze muur, die we verleden winter al in een witte grondverf hadden gezet, nu roze geschilderd. Omdat de ommuring van de buren somber grijs is, hebben we ook ons hek dichtgemaakt met het bamboe-achtige riet, dat op ons terrein groeit. Zo maskeren we een beetje die lelijke buur-muur (hoewel de eerlijkheid gebied te zeggen dat onze muur aan de buitenkant niet veel fraaier is), en bovendien onttrekken we de aanbouwactiviteiten van de buren wat aan ons oog. Toen ik vroeg wanneer het klaar zou zijn zei buurvrouw :”volgende week”, maar de vorderingen sindsdien (drie weken geleden) zijn miniem. Enfin, het is geen bouw-met-herrie, dus we maken ons er maar niet druk over. Het boventerras bij de gastenkamer tenslotte kijkt uit op het foeilelijke terras op het dak van de illegale garage van onze andere buren, die er intussen niet meer wonen, dus dat moest ook maar eens gemaskeerd worden. Een schutting van ons eigen bamboe-riet is dus in aanbouw. De regen, dezelfde die ervoor zorgt dat deze blogpost nu wordt geschreven, heeft het werk daaraan even stilgelegd.

 

We houden jullie op de hoogte van de vorderingen.  Misschien vergeet ik nog een paar dingen, die komen dan later wel weer. Eerst maar even deze inhaalslag…